Blijven gamen zonder schuldgevoel

“Wat hoor ik nou? Game  jij?”. Uit de mail van Ruth spreekt verbazing alom. Tussen de regels door lees ik: “terwijl je verder zo normaal bent”. En dan toch gamen. Ongelofelijk. Of ik daar niet iets over wilde schrijven.

6 Jaar

Ja natuurlijk! Graag zelfs! En in gedachten keer ik terug naar mijn kinder- en tienertijd. Het was 1986 – ik was 6 jaar oud – , toen mijn vader onze eerste computer kreeg. Een Philips 8086. Waar we Digger op speelden. Space Invaders. En, jawel, de oldtimer onder de computergames: Pacman! Ik behoor tot die eerste generatie gamers die Pacman nog heeft gespeeld. Uitgespelen lukte me niet. Ik weet eigenlijk nog steeds niet of dat überhaupt wel mogelijk was…

13 jaar

Het is 1993, ik zit op de middelbare school. Waar we het over hebben in de pauzes? Over Monkey Island,  want hoe kom je toch verder in die erg grappige, maar ook verdraaid moeilijke adventuregame? Wekenlang speelden we dat spel, totdat er dan op een gegeven moment iemand aankwam met een floppy disk (een soort USB-stick waar 0,00075GB op kon) waarop weer een andere game stond (Prince of Persia 2!!!). Helaas stond er op die floppydisks meestal ook een virus, waardoor je je computer weer moest formatteren en opnieuw installeren. Urenlang zat ik dan naar de mededelingen op het scherm te staren “insert disk #34 and press ENTER”.

22 jaar

Het is 2002. In ons studentenhuis hebben we ADSL aangelegd en daardoor is er, o yes, een huisnetwerk mogelijk geworden. Nu kunnen we LANnen! Omdat ik de oude computer van thuis mee heb (een 386) kan ik alleen maar Doom draaien in plaats van de geavanceerde shooters die mijn huisgenoot speelt.

“Kijk uit! Links van je!!”

Maar dat mag de pret niet drukken. Met mijn huisgenoot vorm ik een superteam en samen doorlopen we alle levels. Omdat we nog geen microfoons hebben zetten we gewoon onze kamerdeuren open en roepen we door het huis naar elkaar: “Kijk uit! Links van je!!”. Wij hebben dikke pret, maar onze overige huisgenoten begrijpen er weinig van…(dames, uiteraard 😉 ).

31 jaar

Het is 2011. Om twee uur ’s nachts kruip ik in bed. “Waarom ben je zo laat?” fluistert mijn vrouw. “ehm. Ik wou nog even het level afmaken”. Tsja, een beetje gênant is het wel,  al is het nog zo fantastisch om Railroad Tycoon 3 te spelen. Waarom game ik eigenlijk nog? Ik kan mijn tijd toch wel beter besteden? Kan ik niet beter iets nuttigs gaan doen?

Hé wat een leuk idee!

Nuttig?

Op zoektocht door het internet kom ik allerlei onderzoeken tegen die hard maken dat computergames nuttig genoeg zijn. En inderdaad, ik heb ook  heel wat vaardigheden opgedaan door alle computergames die ik heb gespeeld. Vaardigheden die me nu goed van pas komen. Strategiespellen als Simcity2 en Civilization hebben me geleerd te budgetteren en beleid te maken, spellen als The Incredible Machine hebben me geleerd creatief en out-of-the-box te denken. Door langames te spelen leerde ik de waarde van teamplay. Dus, maak ik mezelf wijs, door te gamen ben ik heel wat wijzer geworden! Maar, als ik eerlijk ben: eigenlijk is dat een smoesje. Want je speelt geen game, zodat je leert te budgetteren. Je speelt een computergame, omdat het gewoon leuk is.

Leuk!

En hier schuurt het fenomeen gamen aan mijn calvinistische inborst, die niet vraagt of iets leuks is, maar of iets nuttig is. In mijn hoofd hoor ik mijn ouders nog steeds de vraag stellen of ik niet beter iets anders kan doen. Ze bedoelden: iets nuttigs.

Op de een of andere manier vragen we ons nooit af of het nuttig is een boek te lezen

Apart: op de een of andere manier vragen we ons nooit af of het nuttig is een boek te lezen, of om buiten te voetballen, of om samen te winkelen. Maar met computergames dus wel. Het zal er wel mee te maken hebben dat games betrekkelijk nieuw zijn en de generatie van voor 1970 (onze ouders) er geen ervaring mee heeft. Onbekend maakt onbemind et voilà: de nuttigheidsvraag wordt van stal gehaald.

Welnu: computergames zijn niet perse nuttig. Dat hoeven ze ook niet te zijn. Want games zijn entertainment. We gamen, omdat het leuk is. We gamen omdat het ons plezier geeft.

Mag dat dan wel, plezier hebben?

Prediker was een wijs man met depressieve neigingen. Misschien wel omdat hij bij alles de nuttigheidsvraag stelde. Bij alles in zijn leven vroeg hij zich af: waar leidt het toe? Wat heb je eraan? En uiteindelijk kwam hij tot de conclusie: het leidt allemaal tot niets. Alles is lucht en leegte. Toch is er af en toe een lichtpuntje te bespeuren in zijn boek. Genieten, zegt hij, is een gave van God. Genieten en plezier hebben is iets kostbaars. Iets wat je moet koesteren.

Als die vraag weer eens in me opkomt tijdens het gamen: “kan ik nu niet beter iets anders doen?”, probeer ik daarom altijd even aan Prediker te denken. Inderdaad, ik kan nu ook een boek gaan lezen. Maar dit is zo leuk! Kijk uit, daar links van me!!!

Wat is jouw favoriete game? Kun je dat spelen zonder schuldgevoel?

Eerder verschenen in de PIT

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s